Werken met de 16 persoonlijkheidstypen in je team

Een effectieve MBTI team workshop organiseren: de handleiding voor jouw team, artikel van Growth Assembly over team ontwikkeling

De 16 persoonlijkheidstypen combineren vier voorkeuren: waar je energie vandaan haalt, hoe je informatie opneemt, hoe je beslissingen neemt en hoe je je werk organiseert. Een team dat die verschillen kent, krijgt geen etiketten maar een gedeelde taal. Irritatie over hoe iemand werkt verandert dan in afspraken over hoe jullie samen werken.

Waar dit model vandaan komt en wat je eraan hebt

Het model met de vier letters (INTJ, ESFP en de veertien andere combinaties) kent bijna iedereen als MBTI. De achtergrond ligt bij de typologie van Carl Jung, later uitgewerkt door Katharine Briggs en Isabel Myers. Sindsdien zijn er verschillende vragenlijsten omheen gebouwd die met diezelfde vier letters werken.

Growth Assembly werkt met 16Personalities. Die vragenlijst gebruikt de vier letters en typenamen die je waarschijnlijk al kent, en voegt er een vijfde schaal aan toe: assertief tegenover turbulent, die gaat over hoe zeker iemand zich voelt bij zijn eigen aanpak. Voor teamwerk is dat een prettige basis. Iedereen kan hem rustig voor zichzelf invullen, de typenamen zijn herkenbaar genoeg om er meteen over te praten, en de uitslag blijft van de deelnemer. Daardoor kun je in een sessie snel door naar waar het echt om gaat: de taal van de 16 persoonlijkheidstypen gebruiken als ingang voor een gesprek over samenwerken. Daar is dit model op zijn sterkst.

Het model is bedoeld als taal en als spiegel, niet als meetlat. Je type is geen score en geen rangorde. Het is een startpunt: een manier om te benoemen hoe je van nature werkt, zodat je daar met je collega’s iets over kunt afspreken.

Wat het model wel levert, is een woordenschat waarmee mensen verschillen kunnen benoemen zonder elkaar af te branden. “Ik heb meer voorbereidingstijd nodig dan jij” is een gesprek. “Jij ratelt maar door” is een ruzie. Daarom geldt zonder uitzondering: gebruik dit voor zelfinzicht en teamafspraken, nooit voor werving, selectie, promotie of beoordeling. Een type zegt niets over iemands competentie.

De vier dimensies, herkenbaar aan gedrag

Je hoeft niemands uitslag te zien om de vier dimensies te herkennen. Ze zitten in wat mensen doen tijdens een overleg, in hoe ze mailen en in wat er gebeurt in de laatste week voor een deadline.

Energie: extravert (E) of introvert (I)

Dit gaat niet over verlegen of luidruchtig, maar over waar het denken plaatsvindt. De extraverte collega denkt hardop en gebruikt het gesprek om tot een standpunt te komen. De eerste versie van zijn mening is dus zelden de laatste. De introverte collega denkt eerst en spreekt daarna, en stuurt daarom vaak een dag na de vergadering een bericht dat scherper is dan alles wat er in de kamer is gezegd. Het zichtbare signaal: wie vult de eerste tien minuten van een brainstorm, en wie meldt zich pas als er iets concreets op tafel ligt?

Informatie: zintuiglijk (S) of intuïtief (N)

Waar begint iemand als hij een plan leest? De zintuiglijke collega begint bij wat er staat: aantallen, data, wie wat doet, wat er de vorige keer misging. De intuïtieve collega begint bij wat er niet staat: waar dit toe leidt, welke aanname eronder ligt, wat je hiermee over twee jaar kunt. Het zichtbare signaal zit in de eerste vraag na een presentatie. “Wanneer moet dit af en wie levert wat?” tegenover “Waarom pakken we het eigenlijk zo aan?”

Beslissen: denkend (T) of voelend (F)

Beide wegen logica en mensen mee, alleen niet in dezelfde volgorde. De denkende collega toetst een besluit eerst op consistentie: klopt de redenering, passen we dezelfde maatstaf toe, houdt het stand als iemand ernaar vraagt. De voelende collega toetst eerst op draagvlak: wie raakt dit, hoe landt het, blijft de samenwerking heel. Het zichtbare signaal is de vorm van het bezwaar. De een zegt dat de argumentatie rammelt, de ander dat het niet goed valt in het team.

Organiseren: plannend (J) of flexibel (P)

Deze dimensie gaat over wanneer iemand rust voelt. De plannende collega wil de knoop doorhakken en het vinkje zetten, en wordt onrustig van een open einde. De flexibele collega houdt opties open zolang er nog informatie kan binnenkomen, en wordt onrustig van een besluit dat te vroeg vastligt. Het zichtbare signaal: kijk wie in week één al een planning in de agenda heeft gezet, en wie in de laatste week het meeste werk verzet.

De vier dimensies naast elkaar

DimensieWat je ziet gebeurenWaar het schuurtWat helpt
Energie (E of I)De een denkt hardop en vult de ruimte, de ander denkt eerst en reageert laterHet besluit valt voordat de helft van het team er iets van heeft kunnen vindenAgenda vooraf rondsturen, en een kort rondje langs iedereen voordat er wordt besloten
Informatie (S of N)De een vraagt naar stappen en cijfers, de ander naar richting en aannamesDe een vindt de ander zweverig, de ander vindt de een kortzichtigVraag bij elk plan om twee dingen: de bedoeling erachter en de eerste drie concrete stappen
Beslissen (T of F)De een toetst op logica en consistentie, de ander op impact en draagvlakFeedback komt over als kilheid, of juist als vaagheidBenoem bij elk besluit expliciet de onderbouwing én wie het raakt
Organiseren (J of P)De een wil vroeg vastleggen, de ander zo laat mogelijkDeadlines worden een machtsstrijd in plaats van een afspraakWerk met twee data: wanneer het besluit valt en wanneer het werk af is

Hoe types in de praktijk botsen

De theorie is snel verteld. Interessant wordt het pas bij de terugkerende wrijving die elk team kent en die zelden over de inhoud gaat.

De detaillist tegenover de doorpakker

Dit is de meest voorkomende botsing die we in sessies tegenkomen. Iemand met een sterke zintuiglijke en plannende voorkeur zit tegenover iemand die intuïtief is en snel wil besluiten. Er ligt een voorstel. De doorpakker heeft het idee in twee minuten uitgelegd en wil weten wie het oppakt. De detaillist stelt vraag na vraag: wat is de aanname onder die planning, wie levert die data aan, wat als leverancier X niet op tijd is.

Wat de doorpakker hoort: weerstand. Iemand die het tempo eruit haalt en het plan doodslaat met bijzaken. Wat de detaillist bedoelt: ik kan hier pas ja op zeggen als ik weet waar ik ja tegen zeg, en de vorige keer liepen we vast op precies dit soort punten.

De schade zit niet in de vraag, maar in de conclusie die beide trekken over de ander. De doorpakker gaat de detaillist mijden, informeert hem later en overvalt hem met een besluit dat al genomen is. De detaillist voelt zich gepasseerd en gaat achteraf gaten schieten in de uitvoering. Binnen een paar maanden heb je twee mensen die elkaars werk controleren in plaats van doen.

Wat er in de sessie gebeurt: allebei zien dat de ander een andere stap van hetzelfde proces bewaakt. De ene bewaakt of het idee klopt, de andere of het uitvoerbaar is. De afspraak die daaruit volgt is meestal heel prozaïsch. De doorpakker levert bij elk voorstel de drie belangrijkste aannames mee. De detaillist verzamelt zijn vragen en levert ze in één keer aan, in plaats van ze één voor één in de vergadering te gooien. Zelfde mensen, andere volgorde, veel minder frictie.

De directe feedbackgever tegenover de sfeerbewaker

Een tweede klassieker speelt tussen collega’s die anders wegen bij besluiten. De denkende collega geeft feedback zoals hij hem zelf zou willen krijgen: kort, feitelijk, zonder inpakpapier. Hij is ervan overtuigd dat hij respect toont door de ander niet te betuttelen. De voelende collega leest diezelfde boodschap als een oordeel over de persoon, niet over het werk.

Het probleem wordt groter door de reactie erop. De voelende collega wordt voorzichtiger en verpakt zijn eigen kritiek steeds indirecter, waardoor de denkende collega die kritiek helemaal niet meer registreert. Er ontstaat een team waarin de één te hard binnenkomt en de ander niet meer gehoord wordt. Niemand doet iets verkeerd, en toch werkt het niet.

De uitweg is niet dat iedereen elkaars stijl overneemt. Het werkt beter om af te spreken dat feedback altijd twee delen bevat: wat er feitelijk aan het werk mankeert, en waarom het ertoe doet voor de mensen die ermee verder moeten. Wie van nature het eerste doet, oefent op het tweede en andersom. Dat is een vaardigheid, geen persoonlijkheidsverandering.

Wie de vergadering vult en wie erna pas denkt

De derde botsing kost teams de meeste onbenutte kwaliteit. In vrijwel elk overleg gaat het grootste deel van de spreektijd naar dezelfde paar mensen, en dat zijn zelden toevallig de mensen met het beste inzicht. Het zijn de mensen die denken door te praten. De rest denkt door te zwijgen, en heeft de argumenten pas rond als de vergadering allang is afgelopen.

Dit is de makkelijkste dynamiek om op te lossen en de meest genegeerde. Stuur de vraag vooraf rond in plaats van hem live te stellen. Laat besluiten niet vallen in dezelfde sessie waarin ze voor het eerst genoemd worden. Zorg dat er een kanaal is waarin het bericht van de dag erna net zoveel gewicht krijgt als de opmerking in de kamer. Dat kost geen extra tijd, alleen een andere volgorde.

Hoe een sessie met de 16 typen eruitziet

Een workshop rond de 16 persoonlijkheidstypen begint bij ons niet op de dag zelf, maar bij de vraag welk gesprek jullie eigenlijk niet voeren. Loopt de besluitvorming vast, sluimert er iets tussen twee mensen, of is er een team samengevoegd dat nooit heeft afgesproken hoe het werkt? Dat bepaalt waar de dag naartoe werkt.

Vooraf vult iedereen de vragenlijst in, rustig en voor zichzelf. De uitslag krijgt niemand in de zaal te horen zonder dat hij dat zelf wil. Op de dag zelf beginnen we niet met de uitslagen maar met oefeningen waarin de vier dimensies zichtbaar worden. Twee groepjes krijgen dezelfde opdracht en de aanpak loopt binnen vijf minuten uiteen: de ene groep heeft een schema, de andere heeft nog vier opties open. Dat is grappig, en het is ook precies het punt.

Daarna pas het eigen profiel. Wij behandelen de uitslag consequent als een hypothese, niet als een uitkomst. Je bent zelf de enige expert over wie je bent. Herken je jezelf niet in drie van de vier letters, dan is dat geen fout in de test maar informatie: waar zit het verschil, en in welke context gedraag je je anders? Die vraag levert meer op dan een kloppend label.

Vervolgens leggen we het teamprofiel neer. Niet om te bepalen wie wat mag doen, maar om de blinde vlek zichtbaar te maken. Een team met acht mensen die allemaal in het grote plaatje denken, gaat vroeg of laat vastlopen op uitvoering. Een team waarin niemand van nature het onbespreekbare aankaart, heeft die rol nodig van iemand die hem niet vanzelf pakt.

De laatste twee uur zijn de belangrijkste. Daarin vertalen we alles naar afspraken die je maandag kunt gebruiken: hoe jullie vergaderen, hoe besluiten vallen, hoe feedback eruitziet en wie waarvoor aan de bel trekt. Zonder dat deel is het een leuke middag. Voor teams die breder willen kijken dan één model werken we ook met andere invalshoeken, bijvoorbeeld in een DISC-workshop of als onderdeel van een bedrijfstraining op maat.

Wat je daarna doet, zodat het blijft hangen

Zonder opvolging zakt het effect weg, meestal voordat iemand het in de gaten heeft. De inzichten verdwijnen niet, maar de oude gewoontes komen sneller terug dan de nieuwe zich vestigen. Er zijn vier dingen die in de praktijk het verschil maken, en ze kosten alle vier nauwelijks tijd.

  1. Leg de afspraken vast in één document. Geen beleidsstuk, maar één pagina met wat jullie hebben afgesproken over vergaderen, besluiten en feedback. Zet erbij waarom, zodat een nieuwe collega het over een half jaar nog snapt.
  2. Laat iedereen een korte gebruiksaanwijzing schrijven. Vijf zinnen over hoe je het beste werkt, hoe je feedback wilt ontvangen en wat je van anderen nodig hebt. Deel ze op één plek. Dit is het onderdeel dat teams het vaakst overslaan en achteraf het nuttigst vinden.
  3. Doe een check bij elke projectstart. Twee minuten aan het begin: wie bewaakt de planning, wie bewaakt de aannames, wie let op of iedereen nog aangehaakt is. Je verdeelt rollen, geen types.
  4. Plan het terugkommoment meteen in. Drie maanden later, een uur. Wat werkt, wat is verwaterd, welke afspraak klopte niet. Zet hem in de agenda voordat de zaal leegloopt, want daarna gebeurt het niet meer.

De rol van de leidinggevende is hierin doorslaggevend. Als jij de afspraken als eerste laat vallen bij tijdsdruk, weet iedereen genoeg. Als jij in een overleg hardop zegt dat je nog even wacht met besluiten omdat niet iedereen heeft kunnen reageren, dan houdt de afspraak stand. Meer over de bredere aanpak lees je bij teamdynamiek verbeteren.

Veelgestelde vragen

Met welk instrument werken jullie?

Met 16Personalities. Iedereen vult de vragenlijst vooraf in en krijgt een eigen profiel: de vier letters, de typenaam en een beschrijving van de voorkeuren. Voor een teamsessie werkt dat prettig. De typenamen zijn herkenbaar, iedereen doet het in zijn eigen tempo en de uitslag blijft van de deelnemer zelf. In de sessie gebruiken we dat profiel als startpunt voor het gesprek, niet als conclusie.

Wat levert het mijn team concreet op?

Je gaat de deur uit met drie tastbare dingen: een teamprofiel dat laat zien waar jullie kracht en jullie blinde vlek zitten, een set afspraken over vergaderen, besluiten en feedback, en per persoon een korte gebruiksaanwijzing. Daarna merk je het vooral aan kleine dingen. Vragen worden gebundeld in plaats van door een overleg heen gestrooid, besluiten vallen niet meer in dezelfde sessie waarin ze voor het eerst genoemd worden, en collega’s zeggen vaker wat ze nodig hebben in plaats van zich eraan te ergeren.

Mogen we dit gebruiken bij werving of beoordeling?

Nee, en daar zijn we streng in. Het model meet voorkeuren, geen vaardigheden of geschiktheid. Een introvert kan een uitstekende verkoper zijn en een voelend type een messcherpe manager. Types inzetten bij selectie of promotie is inhoudelijk onjuist en juridisch riskant. Wij leveren daarom geen individuele uitslagen aan werkgevers of HR.

Wat als iemand zich niet herkent in de uitslag?

Dat komt regelmatig voor en het is bruikbaar materiaal. De vragenlijst is een hypothese, jij bent de expert over jezelf. Soms komt het verschil doordat iemand de vragen heeft ingevuld vanuit zijn werkrol in plaats van vanuit zichzelf. Soms klopt gewoon één letter niet. In beide gevallen levert het gesprek erover meer op dan de uitslag zelf.

Werkt dit ook voor een hybride of verspreid team?

Ja, en de aanleiding is er vaak sterker. Als je elkaar weinig ziet, mis je de context waarin gedrag te plaatsen is. Een korte mail zonder aanloop wordt dan sneller als kilte gelezen dan wanneer je iemand dagelijks tegenkomt. Afspraken over hoe jullie schrijven, wanneer je belt en hoe lang je op een reactie wacht, worden juist op afstand belangrijker.

Wil je met je team aan de slag met de 16 persoonlijkheidstypen? Kijk bij onze workshops of neem contact op, dan bespreken we eerst welk gesprek jullie eigenlijk willen voeren.

Related Posts