Persoonlijke effectiviteit en persoonlijk leiderschap: regie over je eigen week

Boost je impact met een training persoonlijke effectiviteit, artikel van Growth Assembly over persoonlijke ontwikkeling

Persoonlijke effectiviteit en persoonlijk leiderschap gaan over hetzelfde onderwerp: regie nemen over je eigen werk en gedrag, ook als je de omstandigheden niet kunt veranderen. Effectiviteit gaat over hoe je je week inricht. Leiderschap gaat over waarom je die keuzes maakt. Je oefent ze niet apart, want beide zie je terug in hetzelfde waarneembare gedrag.

Twee begrippen, een onderwerp

Persoonlijke effectiviteit wordt meestal uitgelegd als sneller en slimmer werken. Persoonlijk leiderschap wordt meestal uitgelegd als koers bepalen en eigenaarschap nemen. In trainingsbrochures staan ze in aparte hoofdstukken, maar op een gewone dinsdagochtend zijn het dezelfde twee vragen over dezelfde situatie.

Er is een klassiek beeld dat hier goed werkt: effectiviteit is de snelheid waarmee je de ladder beklimt, leiderschap is de vraag of die ladder tegen de juiste muur staat. Nuttig, maar te abstract om iets mee te doen op maandag. Concreet wordt het pas als je ze naast elkaar legt in situaties die je herkent.

SituatieDe effectiviteitsvraagDe leiderschapsvraag
Je agenda zit vol met overlegWelke overleggen kunnen korter of anders?Aan welke overleggen wil ik mijn naam verbinden, en waarom?
Je krijgt er een taak bijWaar past dit in mijn planning?Hoort dit bij het werk waar ik verantwoordelijk voor ben?
Een project loopt vastWat is de snelste route naar afronding?Wat is mijn aandeel geweest in hoe het gelopen is?
Je hebt een rommelige week gehadHoe haal ik de achterstand in?Wat zegt deze week over hoe ik mijn werk heb ingericht?

De linkerkolom zonder de rechter levert iemand op die heel efficiënt het verkeerde werk doet. De rechterkolom zonder de linker levert iemand op met een heldere visie en een agenda die er niets van laat zien. In de praktijk oefen je ze in hetzelfde gesprek, op hetzelfde moment.

Waar een werkweek werkelijk aan opgaat

Als je aan professionals vraagt waar hun tijd blijft, komt vaak het antwoord: mail en drukte. Als je vervolgens een week meekijkt, zie je meestal drie andere patronen. Ze kosten geen uren maar dagdelen, en ze staan zelden als zodanig in een agenda.

Overleg zonder besluit

Het meest voorkomende lek. Een uur met acht mensen, iedereen goed geïnformeerd, en niemand die na afloop in één zin kan zeggen wat er besloten is en wie wat wanneer doet. Dat is geen overleg, dat is informatiedeling tegen overlegprijs.

De test is simpel. Loop na afloop naar je bureau en schrijf op: wat is besloten, door wie, en wanneer is het klaar. Lukt dat niet in één zin, dan was het geen besluitmoment. Wat je hieraan kunt doen zonder dat je de vergadering voorzit: aan het begin vragen wat er aan het eind besloten moet zijn, en in de laatste vijf minuten hardop samenvatten wie wat oppakt. Als je merkt dat je alleen aanwezig bent om op de hoogte te blijven, vraag dan of je de samenvatting mag ontvangen in plaats van het uur.

Werk dat terugkomt

Een stuk dat je inlevert en dat teruggestuurd wordt. Een analyse die net niet de vraag beantwoordde. Een presentatie die drie keer over de kop gaat. Dit voelt als pech, maar het patroon zit bijna altijd aan het begin: de opdracht was onduidelijk en je bent toch begonnen, omdat doorvragen ongemakkelijker voelde dan aannemen.

Het gedrag dat dit stopt is klein en saai. Voordat je begint, koppel je in je eigen woorden terug wat je denkt dat de vraag is en waar het antwoord voor gebruikt wordt. Je spreekt af wat “af” betekent. En bij grotere stukken lever je bewust een ruwe versie op dertig procent, alleen om de richting te toetsen. Dat voelt als onaf werk laten zien. Het bespaart de derde ronde.

Ja zeggen tegen alles

De duurste gewoonte, omdat de rekening pas later komt. Op het moment van ja kost het niets. Het kost iets op donderdagavond, drie weken later, als je zit te compenseren voor een toezegging die je je nauwelijks herinnert.

Wat hier helpt is niet karakter maar vertraging. Zeg nooit ja in dezelfde ademtocht als de vraag. “Ik kijk er vanmiddag naar en laat het je voor vier uur weten” is een volledig antwoord. In dat halve uur bedenktijd zie je wat je op dat moment nog niet kon zien: wat er dan uit moet.

Prioriteitenprobleem of grensprobleem

Hier gaat het bij de meeste mensen mis. Ze hebben een grensprobleem en behandelen het als een prioriteitenprobleem. Ze kopen een planningssysteem, worden efficiënter, en worden daarmee vooral beter in het absorberen van alles wat er binnenkomt.

Het verschil is te diagnosticeren. Een prioriteitenprobleem betekent: er ligt meer werk dan er uren zijn, en jij bepaalt zelf grotendeels de volgorde. Een grensprobleem betekent: er komt sneller werk binnen dan jij het kunt neerleggen, en de instroom is niet van jou. Sorteren helpt dan niet, want de stapel groeit terwijl je sorteert.

SignaalPrioriteitenprobleemGrensprobleem
Waar komt het werk vandaanUit je eigen doelen en lijstUit verzoeken van anderen
Wat gebeurt er als je beter plantDe week wordt rustigerDe week loopt binnen twee dagen weer vol
Wat voel je vooralOnrust over de volgordeIrritatie of schuldgevoel richting anderen
Wat werktKiezen, blokken, afmakenAfspraken maken over wat wel en niet bij jou hoort
Waar zit de oplossingBij jou alleenIn een gesprek met minstens een ander

De praktische consequentie: bij een prioriteitenprobleem verander je je agenda. Bij een grensprobleem voer je een gesprek. Dat gesprek is de vaardigheid die de meeste mensen missen, en het is precies de vaardigheid die te leren valt.

Assertiviteit is gedrag, geen karaktertrek

Assertiviteit wordt vaak beschreven als iets wat je bent. Dat is onhandig, want dan is het onveranderlijk. Beschrijf het liever als iets wat je doet, in een paar zinnen, op een paar momenten per week. Dan kun je het oefenen.

Een bruikbare nee heeft drie onderdelen: je benoemt wat je ziet, je benoemt wat het betekent voor een afspraak die er al ligt, en je doet een voorstel. Geen excuses vooraf, geen lange verantwoording. Precies dat laatste beschadigt de relatie namelijk, niet de nee zelf. Wie zijn redenen uitgebreid uitlegt, nodigt de ander uit om over die redenen te onderhandelen.

Zinnen die je kunt lenen

  • Uitstellen zonder afwijzen: “Ik wil dit goed doen. Deze week staat in het teken van de maandafsluiting. Kan het vrijdag, of is het dan te laat?”
  • Ruilen in plaats van stapelen: “Dat kan. Dan schuift het klantvoorstel een week op. Vind jij dat een goede ruil?”
  • De keuze teruggeven: “Ik heb tot woensdag twee uur beschikbaar. Waar wil je die twee uur op inzetten?”
  • Nee met alternatief: “Dit ga ik niet doen, want dan komt de oplevering in gevaar. Wat ik wel kan: je opzet in een half uur met je doornemen, of je in contact brengen met iemand die hier meer van weet.”
  • Nee zonder alternatief: “Dit gaat me niet lukken. Ik zeg het liever nu dan dat ik je aan het lijntje houd.”
  • Een terugkerend patroon benoemen: “Dit is de derde keer deze maand dat er halverwege de week iets bijkomt. Zullen we maandagochtend een vast kwartier plannen om te bepalen wat erbij kan?”

Let op wat deze zinnen gemeen hebben. Ze bevatten geen verwijt, ze noemen een concreet gevolg, en ze eindigen met een vraag. Daardoor blijft het gesprek een gesprek. De ander hoeft zijn verzoek niet te verdedigen en jij hoeft je grens niet te verdedigen.

Wat de relatie wel beschadigt

Niet de nee, maar de mist. “Ik ga ernaar kijken” terwijl je nee bedoelt, kost je collega een week wachten en kost jou je geloofwaardigheid. Hetzelfde geldt voor de ja die je later stilletjes niet nakomt. Duidelijk zijn is vriendelijker dan vaag zijn, ook als het op het moment zelf ongemakkelijker voelt.

De timing en de toon doen meer dan de woorden. Een nee die je rustig uitspreekt op een normaal moment landt anders dan dezelfde zin die je er geïrriteerd uitgooit nadat het al drie keer gebeurd is. Merken wat er in jou gebeurt voordat je reageert, is daarmee onderdeel van dezelfde vaardigheid. Dat stuk noemen we emotionele intelligentie: je eigen reactie opmerken en er iets mee kunnen, in plaats van erdoor gestuurd worden.

Regie als de omstandigheden vastliggen

Het lastigste deel van dit onderwerp is de situatie waarin je gelijk hebt en er niets aan kunt doen. De reorganisatie gaat door. De deadline is politiek bepaald. Je manager verandert niet. Precies daar wordt duidelijk of regie nemen een slogan is of gedrag.

Een werkbare aanpak: verdeel elke klacht die je hebt in drie stapels. Wat bepaal ik zelf, wat kan ik beïnvloeden, en wat draag ik alleen maar mee. Dit is de kern van de cirkel van invloed, en het is nuttiger dan het klinkt, omdat de meeste energie verdwijnt in de derde stapel.

Neem een aangekondigde reorganisatie. Je kunt het besluit niet terugdraaien (derde stapel). Je kunt wel vragen om duidelijkheid over wat er in jouw team wel en niet verandert, en je kunt aangeven welke informatie je nodig hebt om je mensen rustig te houden (tweede stapel). En je bepaalt volledig zelf wat je je team vertelt, hoe je de komende drie maanden inricht, en of je in de wandelgangen meepraat of niet (eerste stapel). Dat is geen positief denken. Het is de keuze om je uren te besteden aan de stapels waar ze effect hebben.

Van lezen naar doen

Dit is het punt waarop de meeste goede voornemens sneuvelen. Niet omdat de inzichten fout zijn, maar omdat een inzicht op vrijdag geen gedrag is op dinsdag. Wat wel werkt, is klein en nogal precies.

  1. Kies één gedrag, niet zes. Formuleer het als een zin die je uitspreekt, niet als een waarde. Niet “ik word assertiever” maar “ik zeg deze week geen ja binnen een uur na de vraag”.
  2. Hang het aan een moment dat al bestaat. Je maandagplanning, het einde van elk overleg, het moment dat iemand aan je bureau staat. Nieuw gedrag zonder trigger vergeet je.
  3. Maak het klein genoeg voor een slechte week. Als het alleen lukt in een rustige week, oefen je precies niet wanneer het telt.
  4. Tel, oordeel niet. Noteer aan het eind van de week hoe vaak je het gedaan hebt. Drie van de vijf keer is een resultaat. “Het ging wel oké” is dat niet.
  5. Zorg voor een getuige. Een collega, je leidinggevende of een coach die er over twee weken naar vraagt. Gedrag dat niemand navraagt, verdwijnt.

Reken erop dat de eerste keren onhandig gaan. Je stem klinkt anders, je zin komt er stijver uit dan bedoeld, en de ander reageert verbaasd. Dat is geen bewijs dat het niet bij je past, dat is hoe nieuw gedrag voelt voordat het routine is. Deze fase doorstaan is grotendeels een kwestie van hoe je naar je eigen leervermogen kijkt, en daarover gaat een growth mindset.

Wanneer het niet aan jou ligt

Nog iets belangrijks, want persoonlijke effectiviteit wordt soms gebruikt om organisatieproblemen bij individuen neer te leggen. Als drie mensen in hetzelfde team los van elkaar dezelfde overbelasting melden, is dat geen individuele vaardigheidskwestie. Dan is de verdeling van het werk het onderwerp, niet de assertiviteit van één persoon.

Daar hoort een ander gesprek bij, op teamniveau: waar komt werk binnen, wie mag toezeggen, en wat gebeurt er met verzoeken die tussendoor komen. Voor leidinggevenden betekent het vooral: minder zelf oplossen en meer vragen stellen, wat een andere gespreksvorm vraagt dan aansturen. Daar gaat ons artikel over coachen en leidinggeven verder op in. En als het patroon over meerdere teams heen speelt, is een gezamenlijke aanpak logischer dan losse individuele trajecten, bijvoorbeeld via een bedrijfstraining op maat waarin het team met de eigen situaties oefent.

Veelgestelde vragen

Is dit niet gewoon timemanagement?

Timemanagement is een onderdeel, geen synoniem. Timemanagement gaat over de indeling van je uren. Persoonlijke effectiviteit gaat daarnaast over je energie, je aandacht en vooral je gesprekken. Een perfect ingedeelde agenda houdt geen stand als je elk verzoek dat binnenkomt er alsnog tussen propt.

Kun je assertiviteit leren als je van nature meegaand bent?

Ja, en meegaandheid is bovendien geen probleem dat opgelost moet worden. Prettig samenwerken is een kwaliteit. Wat je toevoegt is een klein repertoire aan zinnen voor de momenten waarop meegaan je iets kost wat je niet wilde geven. Je verandert je persoonlijkheid niet, je breidt je gedrag uit.

Ik heb nauwelijks invloed op mijn eigen agenda. Wat dan?

Begin bij de randen. Vrijwel iedereen heeft invloed op hoe een overleg eindigt, op hoe snel hij ja zegt, en op wat hij terugkoppelt voordat hij aan een opdracht begint. Dat zijn drie plekken waar je geen mandaat voor nodig hebt. Levert dat na een paar weken niets op, dan heb je geen persoonlijk probleem maar een structureel probleem, en dat is informatie die je kunt gebruiken in een gesprek met je leidinggevende.

Hoe weet ik of het werkt?

Kies vooraf twee dingen die je kunt tellen. Bijvoorbeeld: het aantal overleggen dat eindigt met een afspraak op naam, en het aantal keren dat werk terugkomt omdat de opdracht onduidelijk was. Meet vier weken. Gevoel is een slechte graadmeter in de eerste weken, want nieuw gedrag voelt bijna altijd slechter dan het werkt.

Is dit iets voor mensen die vastlopen?

Niet per se. Dit onderwerp doet het juist goed bij mensen die al prima functioneren en merken dat hun week wordt bepaald door anderen. Vastlopen is één aanleiding. Doorgroeien naar een rol met meer verantwoordelijkheid, waarin je zelf de prioriteiten moet bewaken, is een even goede.

Waar je morgen mee kunt beginnen

Pak je agenda van vorige week erbij en zet een streep door alles wat geen besluit of geen zichtbaar resultaat heeft opgeleverd. Wat overblijft, is je werkelijke week. Kies daarna één zin uit dit artikel die je deze week gaat gebruiken, en spreek met iemand af dat hij er vrijdag naar vraagt.

Wil je dit met een heel team oefenen, met situaties uit jullie eigen praktijk in plaats van algemene voorbeelden, kijk dan naar onze bedrijfstraining op maat. We werken vanuit Rotterdam met teams die precies dit patroon herkennen: veel overleg, weinig besluiten, en te veel werk dat bij dezelfde mensen blijft hangen.

Hier samen met je team mee aan de slag? Dat doen we in de Growth Mindset workshop.

Related Posts